Wat is cheerleading

Cheerleaden bestaat uit vier elementen: stunting, jumps, , tumbling en cheerdance

Het element stunting, omvat stunts en ingewikkelde menselijke piramides, die worden uitgevoerd door vier groepen: de bases, flyers en front/back spotters. In de basis staan de bases, de flyers vormen de top van de piramide en de spotters staan eromheen voor de veiligheid en om de flyers weer op te vangen. Voor de veiligheid houden de meeste teams zich aan de regel dat een piramide maximaal drie, maar meestal slechts twee man hoog gebouwd wordt.

Jumps omvatten verschillende sprongen die tijdens een routine worden uitgevoerd. De meest bekende cheerleading-jump is de ‘toe-touch’ (spreidsprong). Andere jumps zijn de hurdler, herkie, pike, “around the world”, spread eagle en de double-nine.

Echte cheerleaders verwerken ook het onderdeel tumbling in hun routine. Niet elke cheerleader heeft hetzelfde niveau van tumbling, maar meestal zal de coach de show daarop aanpassen. Dit kan variëren van een radslag of overslag, maar meer ervaren turners gaan al snel naar reeksen met flikflak, salto’s en schroeven.

Het element cheerdance is gebaseerd op passen uit onder meer streetdance, hiphop, aerobics, en jazzdance. Elke groep heeft haar eigen stijl en daarom wordt er op verschillende manieren gedanst binnen het cheerleaden. De manier van dansen is mede afhankelijk van de muziek keuze, het niveau van de groep en de stijl van de coach. Typisch voor het cheerleaden zijn de motions tijdens het dansen, de strak uitgevoerde armbewegingen, meestal in de vormen van letters. Voorbeelden zijn de Low V of de High V, waarin de armen strak langs het lichaam gehouden worden in de vorm van een V, of de Right K, waarbij men een K vormt met de armen aan de rechterkant. Daarnaast komen ook vaak zogenaamde ripples voor, de ‘golf’ die ontstaat wanneer verschillende groepjes of rijen dezelfde beweging uitvoeren, maar ieder groepje op een andere tel.